Veel moeders maken zich snel zorgen over hun melkproductie. Heb ik wel genoeg melk? is een veelvuldig gestelde vraag. Soms is dit ook echt zo, maar meestal denk je het alleen maar. Een flinke dosis vertrouwen in je eigen kunnen en in de natuur speelt een belangrijke, maar sterk onderschatte rol in het al dan niet ontstaan van een probleemsituatie.
Borstvoeding is een zeer goed voorbeeld van de wet van vraag
en aanbod. (zie ook : hoe werkt borstvoeding) Bij exclusieve borstvoeding
op verzoek is jouw melkproductie volledig afgestemd op de behoefte van
je baby. Maar mocht je geconfronteerd worden met de twijfel 'heb ik
wel genoeg melk?' is het raadzaam om even na te gaan waarom je dit vermoedt.
Er zijn immers enkele symptomen die duiden om een gans andere achtergrond
dan 'te weinig'. Groeit de baby goed, maakt hij voldoende plas- en poepluiers,
maak je dan geen zorgen in volgende situaties:
|
|
De baby huilt veel.
|
|
|
Veel baby's hebben elke dag een huiluurtje, vaak
kan je hier zelfs een vast tijdstip op plaatsen. Zo komt onrust
veelal voor tussen 18u en 22u. Sommige baby's huilen erg veel,
andere weer weinig, tenslotte is het ook de enige manier om zijn
ongenoegen te uiten. Dit kan verschillende oorzaken hebben en
hoeft niet dadelijk een teken van honger te zijn. In vele gevallen
blijft de echte reden onduidelijk, zeker wanneer de baby het verder
goed doet. Even aanleggen kan troost bieden (zalig dicht bij mama
kan het heel aangenaam zijn), maar wanneer je merkt dat je kindje
eigenlijk helemaal geen honger heeft, zullen er heel wat andere
middeltjes gezocht moeten worden die wat opluchting kunnen brengen
(rondjes wandelen, draagzak, samen baden, ...)
|
|
|
|
|
|
Je borsten voelen plots zachter aan dan
tevoren.
|
|
|
Enkele dagen na de bevalling heb ja misschien stuwing
gehad, harde, gespannen borsten. Na enkele weken is dit gespannen
gevoel weer verdwenen, misschien heb je minder of geen lekkage
meer en je borsten voelen zachter aan en zijn eventueel weer wat
kleiner geworden. Dit is normaal! Er is een evenwicht ontstaan
tussen vraag en aanbod. Bovendien heeft de grootte van de borsten
niets te maken met de hoeveelheid melk die ze produceren.
Minder of geen lekkage meer tussen de voedingen. Meestal houdt
het ongewild melkverlies op eenmaal je melkproductie goed afgestemd
is op de behoefte van de baby.
|
|
|
|
|
|
Je melk ziet er waterig uit.
|
|
|
Na enkele weken produceer je 'echte' moedermelk.
De romige, dikke, gelige colostrum van tijdens de eerste dagen
na de bevalling heeft je misschien een verkeerd beeld gegeven
over het uitzicht van moedermelk. Rijpe moedermelk is, na het
gelige colostrum en de overgangsmelk, waterachtig, blauwig van
kleur en ziet er dun uit maar is perfect! Naarmate de voeding
vordert wordt deze melk langzaam 'romiger'.
|
|
|
|
|
|
Je kindje drinkt plots korter
|
|
|
Je kindje drinkt plots korter, misschien slechts
5 à 10 minuten per borst. Ook je baby moest wat ervaring
opdoen met het borstvoeden. Misschien kan hij nu veel efficiënter
drinken aan elke borst. Bovendien komt het rond de leeftijd van
zo'n 3 maanden vaak voor dat de baby snel afgeleid is en kort,
maar krachtig drinkt aan de borst. Kijken is op deze leeftijd
plots belangrijker geworden dan drinken. Geen nood! Na enige tijd
zal hij wel gaan ontdekken dat drinken én kijken perfect
samen kunnen!
|
|
|
|
|
|
Je baby wil plots vaker en/of langer drinken
|
|
|
Vaak gaat dit ook gepaard met onrust of frequenter
huilen. Is je baby misschien ongeveer 10 dagen, 3 weken, 6 weken,
3 maand of 6 maand oud? Dan heb je hoogstwaarschijnlijk te maken
met een groeispurt. Voeden op verzoek kan dan wel erg vermoeiend
zijn, maar verhelpt dit 'probleempje' in zo'n 2 dagen. Hierna
zijn vraag en aanbod weer helemaal op elkaar afgestemd.
|
|
|
|
|
|
Baby drinkt, slaapt of groeit niet zoals
het gemiddelde kind.
|
| |
Het 'gemiddelde kind' bestaat in hoofdzaak alleen
maar in boekjes! Elk kindje heeft z'n eigen groeiritme, voedingsritme
en slaappatroon. Jammer genoeg gaan we onszelf te vaak spiegelen
aan het 'gemiddelde kind'. Onze verwachtingen zijn meestal rooskleuriger
dan de realiteit... iedereen wenst zichzelf een kindje dat goed
eet op perfect gestructureerde tijdstippen, dat zeer goed slaapt
en al na 3 weken de ouders een ongestoorde nachtrust gunt, steeds
blij en tevreden is, veel bijkomt en bij elke controle een flik
stuk gegroeid is...
|
| |
|
|
|
Je baby is minder (of niets) aangekomen
dan vorige week.
|
| |
Misschien is hij wél in lengte gegroeid?
Of heeft hij een sprongetje gemaakt op psycho-motorisch gebied?
De groei van een borstgevoed kind kan je niet van dag tot dag
of van week tot week gaan vergelijken. Het maandgemiddelde geeft
een veel beter zicht op de groei van jouw kindje. Borstgevoede
kindjes volgen (meestal) ook een andere groeicurve dan een flesgevoed
kindje. Neem gerust eens een kijkje op onze infopagina over 'groeicurves
voor borstgevoede kinderen'.
Je baby wil altijd (erg) vaak drinken. Moedermelk is zeer licht
verteerbaar en het zich verder ontwikkelende maag- en darmstelsel
van jouw kindje wordt niet belast. Daarom willen sommige baby's
frequenter gevoed worden. Bovendien bepaalt een borstenkindje
volledig zelf hoeveel hij per voeding eet. Heeft hij meer zin
in vaak een kleine hoeveelheid... dan zal hij dit ook wel laten
merken. Meestal zal je kindje na enkele weken een grotere hoeveelheid
melk willen drinken dan in het begin. Vaak aan de borst willen
hoeft ook niet altijd te betekenen dan je baby honger heeft. Bij
veel baby's is de zuigbehoefte erg groot. Bovendien willen ze
ook liefst zo dicht mogelijk bij hun moeder zijn. Vaak aanleggen
zorgt er in elk geval voor dat je kindje voldoende voeding krijgt.
Geef liefst de eerste 6 weken géén fopspeen! Hierdoor
kan je melkproductie gaan teruglopen!
|
| |
|
|
|
Je baby wil altijd (erg) vaak drinken.
|
| |
Moedermelk is zeer licht verteerbaar en het zich
verder ontwikkelende maag- en darmstelsel van jouw kindje wordt
niet belast. Daarom willen sommige baby's frequenter gevoed worden.
Bovendien bepaalt een borstenkindje volledig zelf hoeveel hij
per voeding eet. Heeft hij meer zin in vaak een kleine hoeveelheid...
dan zal hij dit ook wel laten merken. Meestal zal je kindje na
enkele weken een grotere hoeveelheid melk willen drinken dan in
het begin. Vaak aan de borst willen hoeft ook niet altijd te betekenen
dan je baby honger heeft. Bij veel baby's is de zuigbehoefte erg
groot. Bovendien willen ze ook liefst zo dicht mogelijk bij hun
moeder zijn. Vaak aanleggen zorgt er in elk geval voor dat je
kindje voldoende voeding krijgt. Geef liefst de eerste 6 weken
géén fopspeen! Hierdoor kan je melkproductie gaan
teruglopen!
|
| |
|
|
|
Je voelt de melk niet, of minder sterk
dan voorheen, toeschieten.
|
| |
Naarmate je langer gaat voeden gebeurt het soms
dat je steeds minder goed het toeschietreflex voelt. Dit hoeft
helemaal geen probleem te zijn, jouw lichaam is immers gewend
geraakt aan het borstvoeden. Sommige moeders voelen nooit een
toeschietreflex... maar deze is er echter wél!
|
|
|
Je baby is minder (of niets) aangekomen
dan vorige week.
|
| |
Misschien is hij wél in lengte gegroeid?
Of heeft hij een sprongetje gemaakt op psycho-motorisch gebied?
De groei van een borstgevoed kind kan je niet van dag tot dag
of van week tot week gaan vergelijken. Het maandgemiddelde geeft
een veel beter zicht op de groei van jouw kindje. Borstgevoede
kindjes volgen (meestal) ook een andere groeicurve dan een flesgevoed
kindje. Neem gerust eens een kijkje op onze infopagina over
'groeicurves voor borstgevoede kinderen'.
Je baby wil altijd (erg) vaak drinken. Moedermelk is zeer licht
verteerbaar en het zich verder ontwikkelende maag- en darmstelsel
van jouw kindje wordt niet belast. Daarom willen sommige baby's
frequenter gevoed worden. Bovendien bepaalt een borstenkindje
volledig zelf hoeveel hij per voeding eet. Heeft hij meer zin
in vaak een kleine hoeveelheid... dan zal hij dit ook wel laten
merken. Meestal zal je kindje na enkele weken een grotere hoeveelheid
melk willen drinken dan in het begin. Vaak aan de borst willen
hoeft ook niet altijd te betekenen dan je baby honger heeft.
Bij veel baby's is de zuigbehoefte erg groot. Bovendien willen
ze ook liefst zo dicht mogelijk bij hun moeder zijn. Vaak aanleggen
zorgt er in elk geval voor dat je kindje voldoende voeding krijgt.
Geef liefst de eerste 6 weken géén fopspeen! Hierdoor
kan je melkproductie gaan teruglopen!
|
| |
|
Denk je echter toch dat je te weinig melk hebt en kan je de 'oorzaak' niet treffen onder de bovenstaande mogelijke 'redenen', of groeit je baby (let op het maandgemiddelde!) slecht, dan is het belangrijk om de reden van je probleem vast te stellen. Volgende factoren kunnen een verminderde melkproductie tot gevolg hebben:
 |
Verkeerd aanleggen |
| |
Correct aanleggen is zéér belangrijk voor een vlotte borstvoeding. Probeer eens te letten op de verschillende aandachtspunten bij het aanleggen. |
| |
|
 |
Bijvoeden |
| |
Water, thee, sapjes, papjes, een enkele flesvoeding erbij kunnen het vraag-aanbodsysteem beïnvloeden. Wanneer de maag van de baby vol zit met de bijvoeding zal hij langer wachten om een volgende voeding te vragen. Door de baby bijvoeding te geven gaan jouw borsten minder melk produceren. Deze bijvoeding biedt geen meerwaarde op voedingsgebied! Tot de leeftijd van 6 maanden heeft een baby alleen maar melkvoeding nodig: ideaal is uitsluitend borstvoeding! |
| |
|
 |
Zuigverwarring |
| |
Het drinken aan een flessenspeen kan de baby in verwarring brengen. Het vraagt immers een gans andere drinktechniek. Als hij hierdoor op een verkeerde manier aan de borst gaat drinken/zuigen, wordt deze minder geprikkeld om melk aan te maken en kunnen tepelproblemen ontstaan. |
| |
|
 |
Fopspenen |
| |
Door het vroegtijdig geven van een fopspeen gaat de baby z'n energie verbruiken aan het zuigen op de fopspeen. Bovendien is zuigen op een fopspeen een gans andere techniek dan het drinken aan de borst. De zuigbehoefte wordt misschien wel wat bevredigd, maar de drinktijd wordt hierdoor ingekort! |
| |
|
 |
Tepelhoedjes |
| |
Het gebruik van tepelhoedjes zorgt
voor een onnatuurlijke barrière tussen het mondje van de
baby en de huid. Hierdoor wordt de borst minder geprikkeld, waardoor
het toeschietreflex wordt vertraagd en de melkproductie geremd.
Bovendien kan de baby hierdoor minder goed de voorraadholten onder
het tepelhof leegdrukken. Hierdoor kunnen de voedingen langer gaan
duren, de voedingsmomenten elkaar frequenter opvolgen en de baby
onrustiger zijn. |
| |
|
 |
Voeden op schema |
| |
Dit brengt het vraag en aanbodsysteem grondig in de war. |
| |
|
 |
Beperking van de voedingsduur |
| |
Laat je baby zelf bepalen wanneer hij voldoende gedronken heeft. Biedt eerst de ene borst aan en wacht tot je baby zelf de borst lostlaat of duidelijk gestopt is met drinken. Biedt daarna de andere borst aan als 'toetje' en laat je kindje ook hieraan drinken tot hij genoeg heeft. De voedingsduur beperken kan ertoe leiden dat je baby minder goed groeit of sneller weer honger heeft omdat de rijke, vette achtermelk hem wordt ontzegd. |
| |
|
 |
Een slaperige, té rustige baby |
| |
Sommige baby's slapen opvallend veel en vallen vaak ook snel in slaap aan de borst, waardoor ze onvoldoende melk drinken. Let op de kenmerken van 'voldoende voeding?'. Indien blijkt dat je baby te kort heeft is het noodzakelijk hem regelmatig wakker te maken Om de 2 uur voeden is dan noodzakelijk om ervoor te zorgen dat je kindje voldoende voeding binnen heeft. Dit 'slaapprobleem' lost zich meestal vanzelf op na enkele weken wanneer de omgeving meer interesse opwekt bij je baby. |
| |
|
 |
Spanningen, onzekerheid, twijfels, te weinig steun,... |
| |
allemaal redenen waardoor het toeschietreflex negatief beïnvloed wordt. Probeer deze vicieuse cirkel te doorbreken! |
| |
|
 |
Medicatie |
| |
Sommige medicatie, ookal is het medicatie die je mag gebruiken tijdens de borstvoedingsperiode, kan je melkproductie beïnvloeden. Vertel steeds aan je arts dat je borstvoeding geeft! De combinatiepil (anticonceptie) waarin zowel progesterone en oestrogenen zitten, remmen de melkproductie. |
Mocht jouw melkproductie toch afgenomen zijn, dan kan je deze weer opbouwen. Zoek eerst naar een mogelijke oorzaak en probeer deze al uit te schakelen. Neem gerust contact op met een contactmoeder, zij kan je met raad en daad én vooral ook de nodige steun bijstaan! Enkele tips om de melkproductie op te voeren:
 |
Vaker voeden |
| |
Voed steeds op verzoek en zolang je baby wil. Let op : bij een slaperige baby zal jij het ritme moeten bepalen!
Geef steeds de beide borsten per voeding. Zo worden beide borsten optimaal gestimuleerd. Begin de voeding met die borst waaraan je baby de vorige keer het minst gedronken heeft. |
| |
|
 |
Zorg ervoor dat je toeschietreflex optimaal werkt |
| |
Alle storende elementen uitschakelen: telefoon van de haak, briefje op de bel, zorg dat je gemakkelijk zit of ligt en het warm genoeg hebt. Neem wat te drinken. Een warmtecompress en wat massage van de ganse borst doen vaak wonderen. |
| |
|
 |
Wissel vaak van borst tijdens de voeding |
| |
Van zodra dat je merkt dat je baby minder melk binnenkrijgt aan de ene kant, neem je hem voorzichtig van de borst en bied je hem de andere borst aan. Is de melkstroom weer gestopt kan je weer wisselen.
Eet voldoende, drink wat meer. De borstvoedingsperiode is zeker niet het moment om een dieet te volgen. Eet voldoende, gevarieerd en gezond en drink bij elke borstvoeding zelf ook een glas water. |
| |
|
 |
Zorg voor voldoende rust en ontspanning |
| |
Zet een tijdje het huishouden op een laag pitje, vraag eventueel wat hulp. Zorg voor wat extra ontspanning, een warm bad, zachte muziek,... Maak van elk borstvoedingsmoment een rustmoment. Probeer voor jezelf elke dag iets te doen wat je leuk vindt. |
| |
|
 |
Bevorder het toeschietreflex |
| |
Onder 'hoe werkt borstvoeding' kom je te weten wat je hiervoor zoal kan doen. |
Zoek steun! Blijf niet zitten met je twijfels, je onzekerheid! Neem contact op met iemand die je kan steunen en mee een oplossing kan zoeken voor je probleem.
Wanneer je baby helemaal niet groeit of afvalt, moet je beslist contact opnemen met je huisarts. Meestal is er niets alarmerends aan de hand en kan de oorzaak snel achterhaald worden. Volg intussen wel alle tips die je kan toepassen om je melkproductie op te drijven.
Het afkolven van moedermelk geeft een slecht beeld weer over de werkelijk geproduceerde melkhoeveelheid. De efficiëntie en de techniek waarmee jouw kindje aan de borst drinkt kunnen niet nagebootst worden door het afkolven met de hand of een toestelletje.
|