Tips & Informatie
- Goed aanleggen -

 

<<< Terug

 

Borstvoeding geven is een natuurlijk vervolg op de zwangerschap en bevalling. Borstvoeding is het beste voor de baby. Maar, hoe natuurlijk borstvoeding geven ook mag zijn, het is een nieuwe ervaring voor zowel moeder als kind. Daarom is het belangrijk dat je goed geïnformeerd aan je borstvoedingsperiode start én een goede begeleiding krijgt tijdens jouw borstvoedingsperiode.

Goed aanleggen bespaart je tepelproblemen en kan problemen als 'te weinig melk' of een 'slecht groeiende baby' voorkomen!

Vooraleer je je baby aanlegt, zorg dat je zelf comfortabel zit of ligt. Voldoende gesteund én je baby voldoende gesteund zodat je zijn gewicht niet zelf hoeft te dragen. Kussens of een voetbankje zijn dus geen overbodige luxe! Maak het je gemakkelijk, leg de hoorn naast de telefoon en kleef een briefje op je bel. Een borstvoedingsmoment is er eentje voor jou en je baby. In het artikeltje over 'voedingshoudingen' lees je meer over de verschillende houdingen waarin je kan voeden en de aandachtspunten hierbij.

Zit of lig je goed? Dan gaan we van start:

Draai de baby naar je toe, zodat zijn buikje naar die van jou gedraaid is. Zorg ervoor dat het hoofdje van de baby op een rechte lijn ligt met de rest van zijn romp.

De neus van de baby ligt tegenover de tepel.
Ondersteun het hoofdje, maar druk het zeker niet tegen de borst, laat het hoofdje lichtjes naar achteren kantelen. Let op dat je de baby niet in de nek vasthoudt, dit geeft een akelig gevoel en maakt dat de baby niet 'happig' zal zijn om aangelegd te worden.
Nu kan je jouw borst met je vrije hand ondersteunen en je baby verleiden tot toehappen.
Laat voldoende ruimte voor de baby om te kunnen happen.
Je kan met je tepel het mondje van de baby aanraken, eventueel kan je een druppeltje moedermelk uit je tepel drukken zodat hij de smaak te pakken krijgt.
 
Pas wanneer de baby de mond zeer wijd opendoet - gapen - (hoofdje is zichtbaar naar achteren gekanteld) breng je de baby naar de borst toe. Let wel, het kinnetje en de onderkaak moeten als eerste de borst raken. Beweeg zowel het poepje, ruggetje als het hoofdje in 1 enkele beweging naar de borst toe.
Let erop dat jouw kindje zijn mondje steeds wijd open blijft houden, zo steekt de baby zijn tongetje lichtjes naar buiten, over de onderste tandenboog en vormt een soort spatel waarin jouw tepel en tepelhof ligt.
Breng nu zo veel mogelijk tepelhof mee in het mondje. Wanneer de baby enkel jouw tepel in de mond heeft zal dit pijn doen en kleine wondjes veroorzaken (tepelkloven!). Bovendien kan de baby dan de voorraadholtes die onder het tepelhof liggen niet of onvoldoende leegdrukken.
Zorg ervoor dat jouw borst recht in de mond van de baby zit, zoniet wordt de ene zijde van je tepel en tepelhof sterker uitgerokken dan de andere, wat wondjes kan veroorzaken ... de gevreesde tepelkloven!
   
Enkel het eerste aanzuigen mag (hoeft niet) tijdens de eerste week eventjes pijn doen. Dit komt omdat jouw huid nog moet wennen aan de grote zuigkracht van de baby en uitrekking van de huid. Even erna mag het borstvoeden helemaal geen pijn meer doen!
Pijn tijdens het borstvoeden duidt op een probleem... meestal een teken dat je kindje fout is aangelegd. Haal de baby van de borst (verbreek eerst het vacuüm) en begin opnieuw.

Mondje wijd laten openen

Goed aangelegd

Jouw kindje is goed aangelegd wanneer:

een groot stuk van je tepelhof in de mond verdwenen is
de kin en neus van de baby tegen je borst drukken
zijn lippen naar buiten gekruld zijn
je geen pijn hebt

Wat merk je op?

de eerste zuigbewegingen van de baby zijn zeer kort en volgen elkaar snel op

de beweging is zichtbaar tot aan de oortjes
de wangetjes worden niet naar binnen gezogen
even nadien is het mogelijk dat je je melk voelt toeschieten
de zuigbewegingen van de baby worden nu wat rustiger doch krachtig, ritmisch met af en toe een korte pauze
 
je kan je baby horen slikken
wanneer je baby voldoende gedronken heeft lost hij vanzelf de borst
je kan je kindje even verschonen, kort een boertje laten maken (als er al een boertje komt) en dan je andere borst aanbieden als 'dessertje'
   
de volgende voeding bied je eerste die borst aan waar je baby het minst van gedronken heeft
 
<<< Terug